De Lupine is duidelijk een lid van de Vlinderbloemenfamilie.
Bloei
De langdurige bloei vindt in de zomermaanden plaats. De Vaste is meerjarig. De Gele, Blauwe en Witte zijn éénjarigen.
Leefplek
Grazige standplaatsen zoals bermen van weg en dijk, op taluds en hellingen en in bosranden.
De Gele is vroeger vooral gezaaid als groenbemester en grondverbeteraar (stikstofknolletjes) en voor veevoer. Er vond verwildering plaats. Spanje is het land van herkomst van de Gele en N. Amerika van de Vaste Lupine.
Areaal
Middellandse Zeegebied, Europa en N. Amerika. Kosmopoliet.
Naam
De “Lupinus” was al in de oudheid bekend en in gebruik als voedsel voor het vee en het gewone volk. “Wolfsboon” (“Lupus” is “wolf”) omdat het een “onechte boon” was en er wegens de bekende giftigheid een taboe op rustte. Het zaad bevat echter veel eiwit net als de sojaboon. Verschillende gifstoffen worden door koken onwerkzaam.
De toevoeging “polyphyllus” verwijst met “veelbladig” naar de sterk gedeelde bladvorm. “Luteus”is “geel”.
Kenmerk
Middelhoge tot hoge licht behaarde planten. Waaiervormige, handvormig samengestelde bladeren met lange stelen aan lange stevige stengels. Er kunnen bij de Vaste per blad wel 15 smalle deelblaadjes zijn. Bij de Gele zijn het er veel minder.
De bloemen zijn vereend in lange eindstandige trossen. Ze staan kortgesteeld in kranssen om de stengel. Een diep gedeelde kelk in 2 lippen steunt de vlinderbloem met zijn gesnavelde kiel. De vrucht is een lange smalle peul waarbinnen de giftige verse zaden zijn opgesloten tussen insnoeringen. Na koken zijn de zaden niet meer giftig.
De Vaste Lupine is in alle opzichten een grotere uitgave van de soort. De basiskleur is paarsblauw. Er is een veelheid van kleuren gekweekt met ook tweekleurigen. Tuinlupines zijn hybride kweekvormen.
De Gele is zoetgeurend en de Vaste is welriekend.
Voor een lijst van alle tot nu toe verschenen plantbeschrijvingen:
Overzicht Nederlandse namen
Overzicht wetenschappelijke namen